DE SCHEPEN VAN DE HANZE

In de elfde eeuw werden handelsgoederen op de Noord- en Oostzee vervoerd door schepen met een laadvermogen tot zo’n 25 ton. Aangezien er nog geen kaart of kompas beschikbaar was, voeren de schippers zoveel mogelijk onder de kust met zijn herkenningspunten. Voor de oversteek naar Engeland nam men vanuit de Rijnmonding de kortste route.
Behalve grote schepen had de Hanze uiteraard ook kleinere, onder allerlei benamingen bekend staande schepen ten behoeve van rivier- en kustvaart. Hieronder volgen de bekendste zeegaande typen.

De buis

De buis voer al in de twaalfde eeuw als koopvaardijschip voor de kustvaart en voor de haringvangst bij de kustvisserij. Deze van oorspring Scandinavische –viking-schepen met een kenmerkend hoog achterschip hadden aanvankelijk een lengte van ongeveer 20 meter en een laadvermogen van circa 16 ton. Zij werden in vrij grote aantallen gebouwd en konden zowel geroeid als gezeild worden.
Nadat rond 1380 het haringkaken was uitgevonden en de vis aan boord werd verwerkt, kon de vis verder van huis gevangen worden. Hierdoor kon het schip net als de kogge groter gebouwd en verder ontwikkeld worden. De haringbuis of buisschip had een breed dek voor de werkzaamheden en had in het ruim genoeg plaats voor de lading en de veertien bemanningsleden. Uiteraard werden deze schepen ook voor de koopvaardij gebruikt.

De kogge

Kogge

In de twaalfde eeuw ontwikkelde met name de kooplieden in Lübeck een geperfectioneerde kogge die duidelijk afweek van het oorspronkelijk model, de Friese kogge of cog. Het zou het vlaggeschip en handelsmerk van de Hanze worden.

Gebaseerd op een knarr kreeg het nieuwe model onder andere een laadvermogen van circa 60 ton, niet onbelangrijk voor de kooplieden. Het had één mast van gemiddeld 20 meter hoog met een horizontale roede, die gehesen of gestreken kon worden. Het zeil bestond uit een rechthoekig stuk linnen.
Een kogge werd uitgevoerd met een stevenroer, waardoor het schip gemakkelijk manouvreerbaar was.
Aan het eind van de eeuw werden de koggen op de voor- en achterplecht uitgerust met een zogenaamd kasteel. Deze deden dienst als uitkijkpost en als bescherming tijdens conflicten. In de loop der eeuwen werd de kogge steeds groter gebouwd. Met een een laadvermogen tot circa 200 ton en was het een voorbeeld voor een aantal andere typen schepen.

De hoeker

Hoekers kwamen al in de dertiende eeuw voor als klein visservaartuig. Ze werden zo genoemd omdat er op de schepen met een hoekwant werd gevist. Hoekers evolueerden van kleine open schepen tot gedekte schepen van circa 25 meter lang en 6 meter breed en hadden een brede boeg en achtersteven. De vissersschepen waren éémasters, de latere vracht- of koopvaardijschepen waren twee- of driemasters.

De nef

Uit dezelfde periode stamt de nef. Veel groter dan de kogge en aanvankelijk ook groter dan de hulk. In de loop der tijd groeide het schip en kreeg drie masten maar het type heeft het moeten afleggen tegen de zwaarder gebouwde hulk en de kraak.

De hulk

Een kogge met drie masten werd een hulk genoemd. Door zijn afgeronde omtrek leek de hulk een beetje op een sikkel. Het kielloze schip was aanvankelijk kleiner dan de kogge maar in de loop van de veertiende eeuw werd hij groter gebouwd.
Naarmate er vaker heen en weer gevaren werd tussen de Noord- en Oostzee, kwamen de scheepsbouwers met de verschillende schepen in contact. Hierdoor werden diverse varianten van de hulk en kogge gebouwd waardoor mengvormen ontstonden.
De hulk zou met zijn laadvermogen van vaak meer dan 300 ton de kogge verdringen en tot ver in de zeventiende eeuw in de vaart blijven.

De karveel

In de tweede helft van de vijftiende eeuw werden door nieuwe technieken de schepen groter en kregen ze meerdere masten. De karveel of kraweel was zo’n nieuw type schip, gebaseerd op de hulk maar voorzien van een glad boord, dit in tegenstelling tot de overnaads gebouwde hulk. De aanduiding "karveelgebouwd" wordt nog steeds gebruikt voor een gladboordig schip.
Het belangrijkste kenmerk van het schip is de plaats van de mast, op één derde van de voorsteven, waar het schip zijn grootste breedte heeft. Hierdoor was het niet alleen sneller maar was ook zeewaardiger en meer ruimte voor vracht.

De stad Danzig kocht in 1462 de aan de Franse westkust gebouwde "Pierre de la Rochelle", die met een lading zeezout door een storm ernstig beschadigd in de stad arriveerde. Het tot "Peter von Danzig" omgedoopte schip zou hét voorbeeld van de Hanzeatische scheepswerven worden in die tijd.

Gerrit Groenewegen (Rotterdam, 1754 - 1826) was tekenaar en schilder van schepen.
Hij werd evenals zijn vader opgeleid tot scheepstimmerman en was een getalenteerd tekenaar. Na een ongeluk waarbij zijn been moest worden afgezet, ging hij als tekenaar in de leer bij Nicolaas Muys. Hij begon schepen weer te geven in alle mogelijke posities. Zijn eerste tekeningen dateren uit 1779.

Bekend is een serie van 84 nauwkeurig getekende schepen van de hand van Gerrit.
Deze serie is uitgegeven in een boekje onder de naam
" Verzameling van vier en tachtig stuks Hollandsche schepen geteekend en in koper gebragt door G. Groenewegen".
Er zijn naast etsen en aquarellen zeven schilderijen van Gerrit Groenewegen bekend, veelal in handen van kunstverzamelaars.
Hieronder een zestal etsen uit het boekje, klik op de ets voor een vergroting.
Kraak aan de grond Een hoeker met een Barkentijns tuijg Driemast Hoeker Zeijlende voor de wind Een Kraak Een eenmast Koopvaardij Hoeker Koopvaardij - buijs Zeijlende bij de wind

De kraak

In de tweede helft van de vijftiende eeuw werd de kraak aan de Hanzevloot toegevoegd ten behoeve van langere reizen. Een kraak was vanuit de karveel ontwikkeld, ruim 40 meter lang en 12 meter breed. Hij had een voor-en een achterkasteel van twee tot drie verdiepingen. Het was een driemaster en had een laadruimte van circa 500 ton!

Het Chinese Kraakporselein dat in de zestiende en zeventiende eeuw voor de Europese markt werd vervaardigd werd naar dit type schip vernoemd, dat het porselein naar Europa vervoerde.

Het galjoen

Aan het einde van de zestiende eeuw deed het galjoen zijn intrede bij de Hanze. Oorspronkelijk in Spanje als een verdere ontwikkeling van de kraak als oorlogsschip gebouwd, was het galjoen met enige aanpassingen uitermate geschikt voor de koopvaardij. In tegenstelling tot de kraak werd het kasteel op de boeg vervangen door een smalle, lage naar voren uitstekende boeg. Het het achterkasteel van een galjoen werd hoger, platter en voorzien van een uitkragende spits.


Diverse onderwerpen --> De Hanze --> De Schepen
Laatst bijgewerkt: 27 december 2009
Onderdeel van: IJsselvallei.info